Skip to content

V. Het verlaten van uw voertuig

Hoofdstuk 7: Stilstaande of geparkeerde voertuigen

Voordat u de deur opent om in of uit uw auto te stappen:

  • De bestuurder moet ervoor zorgen dat hij andere weggebruikers op de openbare weg niet in gevaar brengt of hindert .

Voorzorgsmaatregelen bij het parkeren van het voertuig

  • De bestuurder die zijn auto parkeert, moet de nodige maatregelen nemen om elk risico op een ongeval of misbruik te vermijden.
  • Hij zal de parkeerrem (handrem) moeten aantrekken
  • Hij zal ervoor zorgen dat het risico op diefstal wordt vermeden ,  neemt de contactsleutel en sluit de deuren
  • Als het voertuig is uitgerust met een antidiefstalapparaat, moet dit worden ingeschakeld
  • Hij neemt de voertuigdocumenten mee

Je teste mes connaissances avec des questions

Chapitre 1: La réglementation