Skip to content

VII. Gedrag ten opzichte van bussen

Hoofdstuk 3: Gebruikers

In stedelijke gebieden

In de bebouwde kom geldt voor iedere bestuurder die dezelfde richting volgt als een bus of trolleybus:

  • moet voorrang geven zodra de bestuurder zijn voornemen heeft aangegeven zijn stopplaats te verlaten door zijn richtingaanwijzer te activeren. U moet daarom langzamer rijden en, indien nodig, stoppen.
  • Buiten de bebouwde kom hebben bussen en trolleybussen geen voorrang bij het verlaten van hun stopplaats.

Ik test mijn kennis met vragen

Chapitre 1: La réglementation